|
Hoe herken je DCD?
Kinderen met DCD maken een
onhandige indruk en hebben problemen met handelingen die andere kinderen
moeiteloos kunnen uitvoeren. Ze knoeien of laten dingen uit hun handen
vallen. Ze stoten zich vaker, vallen regelmatig en hebben meer moeite
met dagelijkse handelingen zoals het aan- en uitkleden, het strikken van
de schoenveters, het dichtmaken van knoopjes of het eten met mes en
vork.
Op school falen kinderen met DCD vanwege hun motorische problemen
herhaaldelijk in sport- en spelsituaties. Hierdoor is de kans groot dat
kinderen niet actief deelnemen aan spelletjes in de pauze en dat de
gymles vaak moeilijk voor ze is.
Een kind met DCD kan moeite hebben met schrijven in een normaal tempo en
schrijven in een leesbaar handschrift. Het schrijven kan veel energie
kosten en is vaak niet geautomatiseerd. Het kind kan een onleesbaar
handschrift ontwikkelen en pijn of kramp ervaren tijdens het schrijven.
Ook kan de ontwikkeling van de pengreep bij kinderen met DCD vertraagd
verlopen en is het mogelijk dat deze kinderen meer druk uitoefenen op
het papier. Naast de problemen met het schrijven, kunnen ook andere
schoolse activiteiten lastig zijn voor kinderen met DCD, zoals tekenen,
kleuren, knippen, het opruimen van het kastje of het netjes houden van
de werkplek. Daarnaast kunnen problemen met lezen, rekenen en taal
voorkomen.
Sommige kinderen kunnen zich terug trekken en zich
buitensluiten, terwijl ander juist hun onhandigheid proberen te verbergen
door heel druk of agressief gedrag te vertonen.
|